Nieuws
Pensioenfondsen blijven aantrekkelijk voor jongeren
Arjen Siegmann (Finance) stelt dat voor jongeren deelname aan een pensioenfonds te prefereren is boven een strikt individuele oplossing. Een individuele oplossing leidt namelijk tot hoge risico’s, die niet opwegen tegen de extra verwachte opbrengst.
De lage dekkingsgraden van Nederlandse pensioenfondsen zijn zorgwekkend. De berichtgeving in de media wekt de indruk dat fondsen met een dekkingsgraad onder de 100% niet meer aan hun toekomstige verplichtingen kunnen voldoen. En jongeren vragen zich hardop af of ze niet beter af zijn als ze individueel voor hun pensioen gaan sparen. FEWEB econoom Arjen Siegmann laat zien dat jongeren niet moeten gaan wanhopen bij lage dekkingsgraden. Onder redelijke aannames blijkt namelijk dat zelfs fondsen in onderdekking nog aantrekkelijk zijn voor jongeren. Zo mooi als de vorige generatie zal het wel niet meer worden, maar toch is deelname aan een Nederlands pensioenfonds te prefereren boven een strikt individuele oplossing. Die leidt namelijk tot hoge risico’s, die niet opwegen tegen de extra verwachte opbrengst.
Pensioenen in Nederland
Als we spreken over 'de pensioenfondsen' dan bedoelen we de bedrijfstak- en ondernemingspensioenfondsen die als doel hebben voor het stuk pensioen van de deelnemers te zorgen dat bovenop de AOW komt. Dit wordt ook wel aangeduid als de 'tweede pijler'. Deze tweede pijler bestaat in Nederland voornamelijk uit Defined-Benefit regelingen, wat een nadere uitleg behoeft.
Een Defined Benefit (DB) of 'opbrengst gedefinieerd' pensioensysteem zit zo in elkaar dat deelnemers rechten opbouwen voor elk jaar dat ze premie betalen. Als je bijvoorbeeld bij ABP pensioen opbouwt, dan bouw je elk jaar 1.9% van je jaarsalaris als pensioenrecht op. Je betaalt daarvoor een premie als percentage van je salaris. Het premiepercentage is hetzelfde voor elke deelnemer.
Door het opbouwen van rechten komt een deelnemer in zo’n DB-pensioenfonds na 40 jaar uit op een opgebouwd percentage van, zeg, 76% van zijn gemiddelde salaris, waarbij we gemakshalve hopen dat dit deel in combinatie met de AOW genoeg zal zijn voor 70% van het laatstverdiende loon. Dat is toch de uitkomst waar we allemaal naar streven. Het kan echter ook tegenvallen, als het pensioenfonds bijvoorbeeld indexatiekortingen heeft toegepast of heeft moeten ‘afstempelen’. Ook kan het zijn dat je in tijden van lage dekkingsgraden een hogere premie hebt moeten betalen, zonder dat daar extra pensioenrechten tegenover stonden. Maar gemiddeld genomen zul je niet meer dan enkele procenten onder de 76% van het gemiddelde loon terecht komen, zo is de inschatting.
Het zal duidelijk zijn dat dit stelsel maar moeilijk te vergelijken is met een systeem waarin je individueel spaart voor je pensioen. In dat geval, wat we met Defined Contribution (DC) aanduiden, is precies duidelijk wat de inleg is, maar is de uitkomst erg onzeker. De inleg is individueel bepaalt, of wordt verzorgd door de werkgever als vast percentage van het salaris. Maar de uiteindelijke pensioenuitkomst zal afhangen van de beleggingsrendementen van het pensioenspaarpotje. En de uitkomst zal in termen van geld wel duidelijk zijn, maar moet dan nog vertaald worden in een jaarlijkse pensioenuitkering. Ook dat levert veel onzekerheid op. Al met al heeft een DC-regeling het grote voordel van transparantie, maar het nadeel van een hoger risico.
Het complete artikel kunt u lezen op Me Judice.nl (10 december 2011).